Notes
-
rijik > arm
-
waarde
-
bv: suikerrijk, suikerarm
geen ← → weinig -
⊖ sparen = geld houden
-
⊖ besparen = minder uitgeven
-
werken → geld verdienen
-
(ong) eig spender → omvangrijke geld uitgeven
→ de spaarder -
⊖ "een gat in je hand hebben" → geen spender
-
⊖ "een appeltje voor de dorst" → goed sparen tot je het nodig zou hebben
-
de klus: een klein werk thuis die je ouders helpt (je bent niet betaald)
-
(ont)lenen → geld vragen
-
uitlenen → geld geven
9/04
- aanbieding = de promotie
- bijbaantje = extra job (bv: na school)
- uitnodigen = betalen voor iemand anders
- het tekort = de schaarste
- bruut = geldloos
- uitgeven = opdoen = spenderen
- ⊖ de verleiding → situat: financière qui se dégrade
13/04
- vertegenwoordiging (niet account)
- werkgever / werknemer ≠
44/04
- gealarmeerd → de appelflauwte
- vakbond → 4 métier
- verzekering
- inboedel → al jouw spullen
45/04
- gierigaards = iemand die zijn geld wie houden
- poen = geld (pognon)
- bedrag = aantal geld, de som
- ? ← verstandhouding
- ? ← onoprechtheid
- ouders overtuigen = argumenteren je leeftijd
20/04
- voor de gek houden → arnaqueren
- chat gif → een stog waarvan je ziek wordt
- de sleur → = de routine
- vreemdgaan → met aan andere partner gaan
21/04
- eigdadigheid = solidaire / caritative
↓ - de daad = wanneer je iets doet
28/05
-
de UNIE = de vereniging
- Z → zelfstandige
- N →
- O → ondernemer
-
(de toeter = het claxon)
19/05
- het excuus, de uitvlucht
- de smoes