U.1
klimaat verbetering → meer landbouwopbrengsten → meer voedsel →
groeiende bevolking
klimaat verslechtering → minder landbouwopbrengsten → minder voedsel →
dalende bevolking
Welke oplossingen vonden de landbouwers voor de uitdaging?
- meer landbouwgronden
- ontginningen: bossen, heide- en overstromingsgebieden omzetten in landbouwgronden
- migraties
- Beter produceren
- betere landbouwwerktuigen: de keerploeg, paarden, ijzer, molens,...
- Vlaamse plaatsnamen → ze verwijzen naar de toestand van het terrein voor het in de 2de middeleeuwen werd ontgonnen of naar de ontginning zelf.
| plaatsnaam | betekenis | voorbeeld |
|---|---|---|
| Veld (e) | uitgestrekte woest terrein, bedekt met kreupelhout en heide | Beervelde |
| heiden | heide | bonheiden |
| Laar/loare | open plek in het bos | koekeleure |
| bos | bos | Drogenbos |
| Rode | gerooid, ontgonnen gebied | Nieuwrode |
| kerke/kapelle | naar een nieuwe kerk/kapel die bij de ontginningen werd gebouwd | Meetherte, Eggewaarts-kapelle |
V2
Nieuwe beroepen
- De efficiëntere landbouw produceert overschotten
- Niet iedereen hoeft in de landbouw te werken
- Voor die landbouw waren ook specialere werktuigen nodig
beroepsspecialisatie: meer voedsel, minder voeren
| beroep | smid | timmerman | molenaar |
|---|---|---|---|
| Toepassing landbouw | onderdelen werktuigen | gebouwen, molens, werktuigen | graan malen |
Voor wie waren deze producten? → voor de elite
| wie? | wanneer? | handelswaar | van | naar | soort van handel |
|---|---|---|---|---|---|
| Duitse koopman | 1250 | wijn | Rijnwijn | Rijnstreek | lokale handel |
| Franse koopman | 1250 | lakens | Zuid-Frankrijk | Champagne | jaarmarkten over land |
| Vlaamse koopman | 1250 | lakens | Gent | jaarmarkten in Champagne | over land |
| Italiaanse koopman | 1250 | specerijen, olijn, kleurstoffen | Genua | Brugge | jaarmarkten over zee |
| Italiaanse koopman | 1350 | specerijen, olijn, kleurstoffen | Genua | Brugge | over zee |
| Vlaamse koopman | 1350 | wijn, zout | Zuidwest-Frankrijk | Brugge | over zee |
| Spaanse koopman | 1350 | citrusvruchten, leder, amandelen | Zuid-Spanje | Brugge | over zee |
| Duitse koopman | 1350 | graan | Noord-Duitsland | Brugge | over zee |
- In de 13de eeuw verliep de langeafstandshandel voornamelijk over land en via waterwegen
- In de 14de eeuw verliep de langeafstandshandel voornamelijk over zee
- In de 14de eeuw werd Brugge het handelsknooppunt van West-Europa
- Handelswaar kwam vanuit Italië, Engeland en het Noorden over zee naar Brugge werd doorverhandeld
Negatieve gevolgen
- bossen verdwijnen
- houttekort
- minder jachtgebied
- Vooral graanteelt → chronische ondervoeding
- eenzijdig dieet van graan, weinig vlees en groenten
- vatbaar voor ziekten
- een mislukte graanoogst = hongersnood
- overbevolking → graanprijs stijgt en de lonen zijn laag → het is heel interessant om graan te verbouwen in plaats van vee
Van gesloten naar een open landbouwsamenleving
Waarom is er meer landbouwopbrengsten, beroepsspecialisatie en handel mogelijk te maken?
- landbouwsamenleving waarin de boeren meer produceren dan ze nodig hebben om te overleven
- zodat de landbouwoverschotten kunnen verhandeld worden op de markt
- en mensen vrij komen voor beroepsspecialisatie
- die andere producten kunnen produceren en weer verhandelen
De ontwikkeling in de landbouw had ook negatieve gevolgen:
- de bouwmeester op een bouwwerf: er was door de ontbossing een groot tekort aan constructiehout
- de jacht in een adelijjk kasteel: er was door de ontbossing een tekort aan jachtgebieden en dus aan wild voor de tafel van de rijken
Het dagelijkse menu van arme mensen:
De ontginningen creëerden voornamelijk graanakkers; het dieet van de mensen werd eenzijdig (voornamelijk graan in de vorm van brood en pap).
De fysieke paraatheid van de bevolking:
De eenzijdige voeding leidde tot een minder gezonde bevolking; besmettelijke ziektes kregen daardoor meer kans.
Platteland
bevolkingsgroei
↓
ontginningen + beter werktuigen en organisatie → drieslagstelsel
↓
landbouwoverschotten
↓
beroepsspecialisatie
↓
stad
- ambachtslui
- handelaars
Hoe komen mensen aan voedsel?
- op het platteland: ze produceerden zelf hun voedsel
- in de stad: ze werkten voor een loon en kochten erin de stad ingevoerd voedsel mee
Ligt toe hoe de langeafstandshandel in de 2de middeleeuwen de ontwikkeling van de geldeconomie bevorderde.
Door de langeafstandshandel werden munten uit heel Europa verspreid.
Het wisselen van munten en het uitschrijven en uitbetalen van wisselbrieven gebeurde in wisselkantoren en banken. Die werden steeds belangrijker voor de economie.
Hoe pasten de steden in Vlaanderen in een netwerk van langeafstandshandel?
- in de 2de middeleeuwen kende de langeafstandshandel een grote bloei.
- in de rijke steden van Europa was er veel vraag naar luxeproducten.
- Tot in de 13de eeuw verliep de handel vooral over rivieren en landwegen. Vlaamse en Italiaanse handelaars ontmoetten elkaar op de jaarmarkten.
- Van de Champagne in Frankrijk vanaf de 14de eeuw namen de handelaars steeds vaker zee routes.
- Brugge werd het handelsknooppunt van de maritieme handel in Noordwest-Europa.
Nieuwe begrippen
- ontginning = grond productief maken, voor de landbouw geschikt maken
- ondervoeding = een tekort aan bepaalde voedingsstoffen
- keerploeg = landbouwwerktuig om de grond te ploegen en om te keren vooraleer men zaait
- drieslagstelsel = een vorm van wisselteelt in de landbouw. De beschikbare grond wordt in 3 akkers ('slagen') en afwisselend beplant met verschillende gewassen of braak gelaten, zodat de bodem niet uitgeput raakt.
- landbouwoverschot = wat je van de totale oogst niet nodig hebt om jezelf te voeden of volgend jaar te zaaien
- beroepsspecialisatie = verschillende personen voeren elk een ander beroep uit, waar ze zich in specialiseren
- open landbouwsamenleving = een samenleving waarin landbouw de voornaamste activiteit is en waarin er meer wordt geproduceerd dan nodig voor eigen consumptie, zodat overschotten kunnen verhandeld worden met de buitenwereld
- eenzijdige voeding = niet gevarieerde voeding, steeds hetzelfde
Langeafstandshandel
grondstoffen
↓
IMPORT
↓
- Zijde
- specerijen
- hout, ijzer
- graan, zout
- steen, vee
- riet, graan
regionale handel
↓
STAD
↓
lokale handel
↓
- Brood, kleedij
- werktuigen, schoenen
- peer, vlees, gedroogde vis
EXPORT
↓
- werktuigen
- kleedij, schoenen
- goederen
Matthias Geerts → de radam van de vader
Jonas Van Geel → de plaats van herkomst
Jouh De Smek → het beroep
Kevin De Bruyne → een eigenschap
- 3 regio's in Europa bewaarden zich de grootste concentraties van steden:
- Zuid-Spanje (Arabieren)
- Noord-Italië
- Zuidelijke Nederlanders (België/Vlaanderen)
- in ca. 1300 telden 2 Vlaamse steden meer dan 40 000 inwoners:
- Gent
- Brugge
- 2 steden uit het middeleeuwse Vlaanderen met meer dan 20 000 inwoners:
- Leuven
- Ieper
- In Europa ca. 1300 kende 1 regio met de hoogste graad van verstedelijking: Vlaanderen 30% van de inwoners leefden in de stad
- In Vlaanderen was er een hoge graad van verstedelijking mogelijk door de ontginning (vernieuwing in de landbouw)
Waarom ontwikkelt een stad zich op een bepaalde plaats?
-
aan bevaarbare rivieren
-
aan belangrijke landwegen
-
Brucht = militaire aanwezigheid = veiligheid bevordert de handel
-
transportmogelijkheden moesten aanwezig zijn om met succes een stad te ontwikkelen
-
bevaarbare waterwegen, landwegen
Waarom waren die zo belangrijk?
- import van grondstoffen & voedsel
- export van afgewerkte producten
- de aanwezigheid van een brucht was een troef, garantie op veiligheid voor de handelaars
platteland
↓
stad
↓
ambachtslui
handelaars
↓
rijke elite
↓
langeafstandshandel
↓
maritieme handel
↓
jaarmarkten
V3
grondstoffen en producten die nodig waren voor kleedij en tafeltextiel
- Laken: geweven van de beste kwaliteitswol, geverfd met karmijnrood
- aluin als fixeer middel
- tafelkleed van wit damast, een kunstig reliëfweefsel
- muts van bont, verwaardigd door pelzen te looien met behoud van de haren
- zijden kousen
- gouden halsketting